Nicolaas I

De derde zoon van tsaar Paul I, Nicolaas, werd onderwezen in politieke economie, regering, staatsrecht, jurisprudentie en overheidsfinanciën. Hij leerde Russisch, Frans, Duits en Engels spreken, en hij studeerde Grieks en Latijn. Nicolaas toonde grote aanleg voor de wetenschap van oorlogvoering, in het bijzonder voor militaire techniek, en werd een deskundig drilmeester. Zijn opleiding eindigde in het midden van 1813. In 1814 ging Nicolaas in het leger, waarvoor hij zijn leven lang een sterke genegenheid behield. Op 1 juli 1817 trouwde hij met Charlotte van Pruisen, dochter van Koning Frederik Willem III. Tijdens de regering van zijn broer Alexander I nam Nicolaas geen deel aan het bestuur van de openbare zaken. Hij kreeg de leiding over een brigade van de garde en was inspecteur-generaal van de legeringenieurs.

Paulus I’s tweede zoon had afstand gedaan van zijn recht op de troon, en bij Alexanders dood in 1825 werd Nicolaas tsaar. Maar de verwarring over de opvolging leidde tot de Decembristenopstand van 1825. Deze opstand was een schok voor Nicolaas, omdat het leger erbij betrokken was, vooral de garde, die de tsaar als de ruggengraat van de troon beschouwde. Nicolaas hield toezicht op het onderzoek naar de samenzwering. Hij bestempelde de decembristen als “een handjevol monsters”. Ondanks talloze geheime comités en voorstellen, werden geen belangrijke hervormingen doorgevoerd. De algemene houding van Nicolaas blijkt uit zijn opmerkingen over de emancipatie van de horigen. “Het lijdt geen twijfel dat de lijfeigenschap in haar huidige vorm een flagrant kwaad is dat iedereen zich realiseert,” verkondigde Nicolaas in de staatsraad van 20 maart 1842, “maar een poging om het nu te verhelpen zou natuurlijk een nog rampzaliger kwaad betekenen.”

Nicolaas’ star conservatisme, zijn angst voor de massa’s en zijn verlangen om de autocratie te behouden en de belangen van de adel te beschermen, stonden hervormingen in de weg. Zo werd zijn regime een dictatuur.

Nicholas’ conservatieve opvattingen bepaalden de Russische buitenlandse politiek, waarover hij persoonlijke controle uitoefende. Zijn verzet tegen het beginsel van nationale zelfbeschikking, dat zich over geheel Europa verspreidde, bracht hem in conflict met elke democratische en liberale beweging in Engeland en op het continent. Zijn agressieve en onvoorspelbare buitenlandse politiek in Azië en het Nabije Oosten ergerde de Europese mogendheden en wekte wantrouwen. Zijn bloedige onderdrukking van de Poolse opstand van 1830-1831 en de vernietiging van de Poolse autonomie versterkten Nicolaas’ impopulariteit.

Onder Nicolaas I werd in 1837 de eerste spoorweg tussen St. Petersburg en Tsarskoe Selo (Poesjkin), 17 mijl lang, voor het publiek geopend. Aan het eind van zijn regeerperiode had Rusland 650 mijl spoorwegen. Er werd ook enige vooruitgang geboekt met de binnenscheepvaart.

Het is een paradox dat tijdens het absolutisme van Nicolaas I de bloeitijd van de Russische literatuur aanbrak. Van de auteurs wier werk niet buiten de chronologische grenzen van Nicolaas’ heerschappij valt, waren de meest prominente Aleksandr Poesjkin, Michail Lermentov, Aleksej Koltsov en Nikolaj Gogol. Daarnaast ontstonden er intellectuele bewegingen die debatteerden over het lot en de bijdragen aan de beschaving van Rusland. De twee bekendste bewegingen waren de westerlingen en de slavofielen. De westerlingen waren in de eerste plaats Russische humanitaristen. Zij bewonderden de Europese wetenschap en wilden een constitutionele regering, vrijheid van denken en van drukpers, en emancipatie van de lijfeigenen.

Het Slavofilisme van de jaren 1840 was een romantisch nationalisme dat de Russische deugden prees als superieur aan die van het decadente Westen. De orthodoxe kerk was volgens deze stroming de bron van kracht in het verleden en de hoop van Rusland voor de toekomst. De Slavofielen bekritiseerden de verwestersing van Peter de Grote als een onderbreking in het harmonieuze verloop van de Russische geschiedenis.

Zeker, Nicolaas’ nederlaag in de Krimoorlog stelde de militaire en technologische achterstand van Rusland aan de wereld bloot. Hij was zich bewust van de mislukking van zijn bewind, en alle illusies die hij had gekoesterd werden door de Krimoorlog weggenomen. Hij stierf in Sint-Petersburg op 2 maart 1855.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.